Lifestyle

Verenig tegenstellingen

Ware wederhelften kunnen elkaar wel degelijk kwetsen. En in hoeverre een relatie wel of niet tussen ware wederhelften werkt, heeft alles te maken met de mate waarin ze beiden afzonderlijk in evenwicht met zichzelf zijn. 

– Annemarie Postma[


Je hoort vaak mensen zeggen: ‘Tja, het is geven en nemen in een relatie.’ In zekere zin is dat waar, maar vaak is de balans van geven en nemen in een relatie niet in evenwicht omdat deze balans bij ieder afzonderlijk innerlijk niet in evenwicht is. 

Vrouwen slaan vaker door in het ‘geven’, terwijl mannen eerder de neiging hebben om te veel te ‘nemen’. Vrouwen zijn degenen die meer het ‘emotionele voelen’ vertegenwoordigen in de relatie, mannen blijven eerder in hun ratio. Zo leeft de een de tegenpool van de ander en juist daaruit ontstaat de onderlinge afhankelijkheid. Dit is een kwetsbaar evenwicht in een relatie, dat gemakkelijk verstoord kan raken. We zijn voor ons evenwicht dan afhankelijk van de ander en daarmee stellen we vaak de ander verantwoordelijk voor het ontbreken van de tegenpool in onszelf. We veroordelen de ‘afstandelijkheid’ van de ander, als we onze eigen grenzen niet in acht nemen. We veroordelen het ‘egoïsme’ van de ander, waar we te weinig voor onszelf kunnen zorgen. Zo stellen we de ander verantwoordelijk voor de aspecten die we in onszelf missen. Als de tegenstellingen tussen partners groot zijn, is dat een teken van de innerlijke onbalans van deze aspecten in de afzonderlijke individuen. Het zorgt voor een sterke binding, omdat we de ander dan   ‘nodig’ hebben voor ons eigen evenwicht. 

Om bij jezelf na te kunnen gaan hoe het met je innerlijke evenwicht gesteld is, geef ik de belangrijkste tegenstellingen in relatie tot verlatingsangst en bindingsangst op een rijtje:  


  • Binding <—> verbinding 
  • Intimiteit <—> vrijheid 
  • Geven <—> nemen 
  • Loslaten <—> vasthouden 
  • Samen <—> apart 
  • Autonomie <—> versmelting 
  • Afstand <—> nabijheid 
  • Kracht <—> kwetsbaarheid 
  • Mannelijkheid <—> vrouwelijkheid 

Ga voor jezelf na van welke kant van deze tegenstellingen je ‘te veel’ hebt en van welke kant je ‘te weinig’ hebt. De uitdaging is om balans te brengen in deze tegenstellingen in jezelf. Als je gemakkelijk geeft, is het je uitdaging om te leren nemen. Als je de neiging hebt om vast te houden, is het je uitdaging om te leren loslaten en als je gefixeerd bent op nabijheid, is het je uitdaging om de afstand te verduren. Je autonomie moet genoeg ontwikkeld zijn om je met de ander te kunnen verbinden zonder jezelf te verliezen. Je zachtheid en kracht moeten in jezelf verenigd zijn. Zonder kracht wordt kwetsbaarheid een valkuil; je bent dan een gemakkelijk slachtoffer. Zonder zachtheid wordt kracht hard en gevoelloos; het hart is er dan niet bij. Vanuit je vrouwelijke kwaliteit kun je meebewegen met de ander en vanuit je mannelijke kwaliteit kun je je eigenheid en kracht neerzetten en je grenzen bewaken. Zo verlies je jezelf niet in ‘te veel samen’ en scherm je je niet af in ‘te veel apart’. Als je met verlatingsangst en bindingsangst beide polen van de tegenstellingen in jezelf integreert, hoef je deze niet meer te splitsen in of samen of apart, maar wordt het veilig om apart   te zijn in het samenzijn. 

Hoe meer je de tegenpolen in jezelf geïntegreerd hebt, hoe meer de weg uit de afhankelijke dynamiek openligt. Het evenwicht in jezelf zorgt ervoor dat je de aanvulling niet meer hoeft te zoeken bij de ander, waardoor je steviger met twee voeten in je eigen aarde staat en de ander vrij kunt laten in wie hij is. De claim naar de ander verdwijnt. Zolang je iets van de ander nodig hebt om jezelf heel te voelen, staat dat echt contact in de weg. Als het ‘nodig hebben’ wegvalt, valt ook het ‘geven en nemen’ weg en komt er ‘delen’ voor in de plaats. Als je behoefte niet meer door de ander opgevuld hoeft te worden, ontstaat er ruimte voor een echte relatie. In een echte relatie kun je alleen dienen en delen. Je hoeft niet meer voor elkaar te ‘zorgen’, maar moet er voor elkaar ‘zijn’. Dat is een wezenlijk verschil. In het zorgen voor de ander voel je je niet vrij, maar afhankelijk en kom je snel in een ongelijkwaardige positie ten opzichte van elkaar. Een van de partners gaat snel de ouderrol vervullen en de ander de afhankelijke kindrol. In het er zijn voor elkaar behoud je je vrijheid, gelijkwaardigheid en autonomie en hoef je niets voor de ander op te lossen. Juist in het aanwezig zijn vanuit je authentieke zijn, kun je optimaal van betekenis zijn, zonder ook maar iets van jezelf te verliezen of te verloochenen. Je kiest er dan voor om bij de ander te zijn omdat je bij de ander wilt zijn en niet omdat je de ander nodig hebt of van hem of haar afhankelijk bent.  

Als je liefdesbang bent, heb je door je overlevingshouding ook veel kwaliteiten ontwikkeld. Dat is de positieve kant ervan. Het leven heeft bijvoorbeeld een sterk beroep gedaan op je waarnemingsvermogen, zodat dit vaak sterk ontwikkeld is. Het noodzakelijk leren afstemmen op anderen heeft ervoor gezorgd dat je een enorm empathisch vermogen ontwikkeld hebt; je kunt je diep inleven in anderen. Als je de dynamiek goed kent heb je vaak je creativiteit en spiritualiteit goed ontwikkeld en wil je iets betekenen voor anderen of jezelf inzetten voor een betere wereld. Belangrijk voor het werkelijk kunnen benutten en inzetten van deze kwaliteiten is dat de kant die lang in de schaduw is gebleven, ook genoeg ontwikkeld wordt. Als het waarnemingsvermogen gegrond is in de eigen realiteit, komt er meer onderscheidingsvermogen. Als de afstemming op anderen geen noodzaak is, maar een keuze, kun je met aandacht voor de ander ook nog goed voor jezelf zorgen. Als de creativiteit gebaseerd is op het doorleven van je eigen bagage, krijgt het meer diepgang   en gevoelswaarde. 

Spiritualiteit wordt geaard wanneer je contact hebt met je eigen bodem; zo kun je het gewone bewustzijn overstijgen, omdat het geworteld blijft in de realiteit. Als de tegenpool voldoende ontwikkeld is, kunnen je kwaliteiten met meer vrijheid ingezet worden; je bestaansrecht hangt er dan niet meer van af.  


 Tip: Ga voor jezelf na wat je grootste kwaliteit is. Wat is de tegenpool van deze kwaliteit? Ga deze tegenpool in jezelf versterken. Zoek de uitdaging in je dagelijks leven om deze pool verder te ontwikkelen. Begin klein en maak het steeds groter. Vier ieder succes dat je boekt! Stel je een lemniscaat voor: ∞. Aan de ene kant van de lemniscaat staat je kwaliteit en aan de andere kant je tegenpool, de uitdaging. Bijvoorbeeld: kracht ∞ kwetsbaar. Door beide polen te verbinden via de lemniscaat kom je uit in het midden, op de plek waar je kwetsbaarheid en kracht hand in hand gaan. Op deze plek is je innerlijke evenwicht op zijn sterkst.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *